1. Betekenis
Kusamono-Bonsai is een Japans begrip. Kusa = gras, Mono = plant of ding. Een Tokonoma-opstelling in Japan is pas volledig als, samen met de bonsaiboom, ook kunstvolle objekten aanwezig zijn, zoals figuurtjes, scroll’s en aksentplanten. Aanvankelijk werden er enkel mooie berggrassen als aksentplant gebruikt. Later werden ook bloeiende plantjes gebruikt.
Men heeft dus twee mogelijkheden :
Ofwel gebruikt men een Kusamono, soms gecombineerd met andere voorwerpen, als hoofdobject en dan noemen wij dit een “Kusamono-bonsai”.
Ofwel gebruikt men een Kusamono bij een bonsai als aksentplant en dan noemen wij dit een “Shitakusa”.
Wij gaan het nu vooral hebben over “Shitakuso” of “ aksentplant”, die wij gaan gebruiken bij de opstelling van onze bomen.
Een aksentplant kan :
- Solitair zijn, dus 1 plantje in een pot.
- Samengesteld zijn uit verschillende planten, zodat er een soort landschapje ontstaat.
Wanneer men een compositie maakt van verschillende planten, moet men erop letten, dat niet alle planten even hoog zijn.
Men heeft een :
- Topgebied.
- Middengebied.
- Laaggebied.
Topgebied : meestal een gras, bamboe, iris of rietsoort.
Middengebied : kleine bloeiende planten.
Laaggebied : mos of grondbedekkers.
Een aksentplant wordt zoals een bonsai gepresenteerd op een eenvoudig tafeltje, slab, steen of bamboematje.
2. Eigenschappen van Aksentplanten.
Vermits aksentplanten gepresenteerd worden in een Tokonoma, moet men ook rekening houden met de boom, de suiseki, beeldjes en scroll. Voor ons liefhebbers van Bonsai, zal de aksentplant meestal in combinatie met één boom gepresenteerd worden.
Letten wij dus vooral op :
- De kleur moet overeenstemmen met de boom.
- Het presentatiethema moet versterkt worden zodat de schoonheid van de boom beter tot zijn recht komt.
- Het seizoen moet door de aksentplant aangegeven worden.(dus nooit een bloeiende geranium tijdens een wintertentoonstelling)
- De aksentplant moet de plaats aanduiden waar de boom gevonden werd.
- De vorm en de grootte moeten in verhouding zijn met de boom.
3. Symboliek van Aksentplanten.
Rood : hartstocht, levendigheid, gevaar.
Oranje : warmte, twijfel, afkeer, trots.
Geel : opgewektheid, hoop, helderheid.
Groen : zekerheid, vrede, groei, frisheid, natuur, hoop, jeugd.
Blauw : koelheid, kilte, geheim, vernuft, trouw.
Violet : autoriteit, zekerheid, voornaamheid.
Purperviolet : kleur van de machtigen en de zegevierenden.
Wit : reinheid, heiligdom, edele houding, trouw.
Zwart : boze geesten, vrees, haat maar ook waardigheid en trouw.
Wil men tot in de perfectie gaan, dan hebben alle planten in het Oosten ook nog een symboliek. Dit gaat ons echter te ver leiden, maar toch enkele voorbeelden :
Anemoon : vergankelijkheid, teleurstelling, verlatenheid.
Bamboe : standvastigheid, overvloed.
Ginkgo : onoverwinnelijkheid, hoop, lang leven, vriendschap.
Rozemarijn : liefde, onsterfelijkheid.
Enz.
4. Iets over het oppotten van aksentplanten.
Natuurlijk moet men rekening houden met de eigenschappen van de planten. Er zijn zon - of schaduwminnende. Er zijn planten, die zure grond verlangen, in vochtige of droge omstandigheden leven enz.
Vooral moet men opletten bij combinaties. Plaats steeds planten van dezelfde groep bij elkaar : dus geen sempervirens ( droog ) bij een waterminnende plant.
Licht speelt eveneens een belangrijke rol bij aksentplanten. Varens, korstmos en mossen kan men rustig combineren. Al deze planten leven onder bomen en hebben dus weinig licht nodig.
5. Water geven.
Aksentplanten mogen nooit volledig uitdrogen. Ideaal is een bestendige vochtigheid, niet te nat, met een goed doorlatende grond, gedurende het hele jaar.
Gebeurt het toch, dat men vergat water te geven, dompel dan de plant tot aan de bovenrand van de pot gedurende een 10-tal minuten in een emmer water. Stijgen er veel luchtbellen omhoog, dan is de grond goed doorlatend. Zijn er weinig luchtbellen, dan is de grond dicht geslempt en moet de grond vervangen worden.
Enkele punten om te onthouden :
- Met de vinger voelt men of water geven nodig is.
- Steeds ’s morgens of ’s avonds water geven.
- Niet te koud water gebruiken – tussen 14° en 24° C, naargelang het jaargetij.
- Met een zeer fijne broes de planten overgieten, wat tevens de luchtvochtigheid bevorderd.
6. Techniek van het oppotten.
Dit gebeurt hetzelfde als bij bonsai. De drainagegaatjes van pot of slab worden met een gaasje afgedekt, zodat de aarde niet kan wegspoelen. Verankeringdraden worden aangebracht indien nodig. Soms kan men ook met “keto” de plantjes vastzetten. Op de bodem komt drainagegranulaat en dan de aarde ( mengeling van humus, fijne akadama en split of kiryu). Men begint met de hoogste plant. Deze komt meestal in het midden en iets naar achter in de pot. De middelhoge planten worden zijdelings ervoor geplaatst. Vervolgens worden de eventuele verankeringdraden bevestigd. De aarde wordt bevochtigd, waarna de vrij liggende grond bedekt wordt met mos. Mos houdt de aarde vast en laat de aksentplant mooier en natuurlijker schijnen.
Een kleine tip om mos aan te brengen :
Leg het mos in een bak met water, spoel de aarde af en leg dan het mos tussen twee doeken om het water eruit te drukken. Het mos is nu mooi dun en vochtig en kan gemakkelijk aangebracht worden. Eventueel vastpinnen met aluminiumdraad van 1 mm.
7. Potjes en presentatie.
Over het algemeen worden informele potjes gebruikt, die goed samengaan met de eveneens informele groei van de planten. Meestal hebben de potjes een grillig en licht geglazuurd uitzicht. Een rotsplant zal men plaatsen in een grillig gevormd potje, een Iris of mooie grassoort zal dan eerder geplaatst worden in een sober, strak geglazuurd potje.
Een andere manier is de “Neari”-beplanting. Men plaatst verschillende planten in een pot. Wanneer deze combinatie, na een zekere tijd, op een natuurlijke wijze in elkaar gegroeid is, haalt men de pot weg, plaatst de wortelbal op een ovale of langwerpige plaat of in een Suiban (schaal zonder gaatjes). Op de wortelbal plaatst men mos, zodat deze niet uit elkaar valt.
8. Voeding.
Vermits de meeste planten in de natuur in arme grond groeien, moet men voorzichtig zijn met voeding. Geeft men teveel, dan zullen de planten ook ijl opgroeien. Gebruik dus vloeibaar of organisch mest met weinig stikstof.
9. Overwinteren.
Bescherm de planten tegen koude wind en plaats ze in de berging wanneer het extreem koud wordt.
Ook in de winter, wanneer het niet vriest, moeten de planten met water besproeid worden.
10. Tot slot.
Zoals je kunt lezen is Kusamono een kunst op zich binnen het bonsaigebeuren. Onderschat het niet. Heeft men veel bomen, dan zal men nog meer aksentplanten moeten hebben, want naargelang het seizoen, waarin een bonsai wordt tentoongesteld, heeft men een ander aksentplantje nodig. Ook de aanschaf van mooie potjes is nogal prijzig tenzij men ze zelf kan maken.
Laat u echter niet afschrikken, want al deze voorwaarden, zoals ze hierboven werden aangehaald, zijn van toepassing bij grote tentoonstellingen, zoals de Kokofu-ten, de Ginkgo Award enz. Wij als liefhebbers moeten enkel zorgen dat de plantjes mooi in verhouding staan met onze bomen. Zet dus nooit een bloeiende Narcis van 30 cm hoog bij een boom van 50 cm, zoals ik onlangs gezien heb op een tentoonstelling. Maar dat voelt uzelf wel aan en daarom wens ik u veel succes toe, bij het vormen van mooie aksentplantjes.
Auteur: Jos Vandeborne